Renard, Jules

De grote vergissing: menen dat wat alleen voor jou geldt, algemeen menselijk is.

    – Jules Renard, Journal, 28-5-1890, vert. R.H.

Er zijn mensen wier goede raad aankomt als een vuistslag. Je bloedt wat en riposteert dan door hem niet op te volgen.

    – Jules Renard, Journal, 21-10-1889, vert. R.H.

Vriendschap met een talentvolle letterkundige zou een grote weldaad zijn. Jammer genoeg zijn degenen bij wie je in de gunst zou willen staan altijd overleden.

    – Jules Renard, Journal, 28-05-1889, vert. R.H.

U zegt: ‘Ik ben ijdel’, maar u bent het vooral omdat u zegt dat u het bent.

    – Jules Renard, Journal, 9-10-1889, vert. R.H.

Het zou iedere moderne schrijver verboden moeten worden, op straffe van boete en zelfs van gevangenschap, vergelijkingen te ontlenen aan de mythologie, en het te hebben over harpen, lieren, muzen en zwanen. Ooievaars kunnen er nog net mee door.

    – Jules Renard, Journal, 24-01-1889, vert. M.d.H./R.H.

Je bent nog niet rijp genoeg, zeg je. Wacht je soms tot je gaat rotten?

    – Jules Renard, Journal, 28-09-1889, vert. Frans de Haan & Marianne Kaas

Burgerlijk, dat zijn de anderen.

    – Jules Renard, Journal, 28-01-1890, vert. M.d.H./R.H.

De getrouwde man staat tot de vrijgezel als een gebonden boek tot een gebrocheerd.

    – Jules Renard, Journal, 08-04-1889, vert. M.d.H./R.H.

De zotste vorm van overdrijving is huilen. Het is irritant als een lekkende kraan.

    – Jules Renard, Journal, 29-03-1889, vert. Frans de Haan & Marianne Kaas

De burgerlijke afkeer van burgerlijkheid.

    – Jules Renard, Journal, 10-04-1889, vert. M.d.H./R.H.

De ideale rust van een zittende kat.

    – Jules Renard, Journal, 30-01-1889, vert. M.d.H./R.H.

Er heerste zo’n volstrekte stilte dat ik me doof waande.

    – Jules Renard, Journal, 30-05-1890, vert. M.d.H./R.H.

Ze was belachelijk bang om zich belachelijk te maken.

    – Jules Renard, Journal, 22-02-1890, vert. M.d.H./R.H.

Elk pleziertje heeft zijn diertje.

    – Jules Renard, Journal, 15-06-1887, vert. M.d.H./R.H.

In elke vrouw huist een schoonmoeder.

    – Jules Renard, Journal, 09-07-1889, vert. M.d.H./R.H.

Op iemand rekenen als op een vermolmde plank.

    – Jules Renard, Journal, 29-05-1889, vert. M.d.H./R.H.

De geleerde generaliseert, de kunstenaar individualiseert.

    – Jules Renard, Journal, 17-01-1889, vert. Frans de Haan & Marianne Kaas

Zo’n leuk woord dat je het op zijn wangen zou willen kussen.

    – Jules Renard, Journal, februari 1888, vert. M.d.H./R.H.

Midden in de stad schrijf je de mooiste bladzijden over het platteland.

    – Jules Renard, Journal, 25-11-1887, vert. M.d.H./R.H.

Met de pen in de aanslag je geest blijven bespieden, klaar om het minste idee dat tevoorschijn komt eraan te rijgen.

    – Jules Renard, Journal, 3-11-1887, vert. M.d.H./R.H.

We vinden het verbijsterend als anderen egoïstisch zijn, alsof wij daar met onze unieke levensdrift het alleenrecht op hebben.

    – Jules Renard, Journal, 3-11-1877, vert. M.d.H./R.H.

Een hele categorie gevoelens is achterhaald.

    – Jules Renard, Journal, 23-01-89, vert. M.d.H./R.H.

Met complimenten gaat het net als met geld: je plaatst ze in de hoop ze met rente terug te krijgen.

    – Jules Renard, Journal, 18-03-1890, vert. M.d.H./R.H.

Een roman schrijven met daarin de dood van een nog levende tijdgenoot.

    – Jules Renard, Journal, 1-2-1890, vert. M.d.H./R.H.

Zoekt in alles het belachelijke, en gij zult het vinden.

    – Jules Renard, Journal, 17-02-1890, vert. Frans de Haan & Marianne Kaas

Je niet miskijken op hooghartige, zwijgzame figuren: ze zijn verlegen.

    – Jules Renard, Journal, 21-10-1887, vert. M.d.H./R.H.

Het gekeuvel van de stoelen, netjes op een rij voordat de bezoekers komen op de dag van een receptie.

    – Jules Renard, Journal, 5-12-1887, vert. M.d.H./R.H.

In de liefde pissen we goud.

    – Jules Renard, Journal, 5-11-1887, vert. M.d.H./R.H.

Zijn tanden klapperden voor het drama van zijn hersenen.

    – Jules Renard, Journal, 13-10-1887, vert. M.d.H./R.H.

Wie weet of elk voorval niet de vervulling is van een droom, een eigen droom, de droom van een ander, iemand die je je niet herinnert of die je niet hebt gekend?

    – Jules Renard, Journal, 1887, ongedateerd, vert. M.d.H./R.H.

Ogenblikken waarop je tegen de luie zon zou willen zeggen: Het is tijd. Kom op!

    – Jules Renard, Journal, 29-10-1887, vert. Frans de Haan & Marianne Kaas

Roem is een voortdurende krachtsinspanning.

    – Jules Renard, Journal, 1887, ongedateerd, vert. Frans de Haan & Marianne Kaas